dinsdag 3 november 2009

Samhain zeggen de heksen

We wandelden door het bos van mijn jeugd. Er vlogen nu parkieten rond. We raapten drie droge bladeren en een eikel op voor elk van ons. Op de blaadjes schreven we wat we kwijt wilden. ‘De pampertjes’, schreven wij op het blad van Prinsje T. We zetten er de vlam aan en lieten ze in rook opgaan. In de eikeltjes droomden we een doel. Dat plantten we in de aarde. Toen liepen we naar het kerkhof waar mijn vader ligt, met een takje rozebottel als offerande. De volle maan stond laag en geel boven de zerken, twee ganzen vlogen gakkerend over het graf, naar het verre verre warme zuiden.

zondag 25 oktober 2009

De pompoenbrigade


dinsdag 20 oktober 2009

Stouterik

'Jij bent een stouterik', zei Prinsje T onlangs, een boze frons tussen de wenkbrauwen. En hij vervolgde: 'Jij mag niet weggaan he mama!' (Ik was voor professionele doeleinden even naar het buitenland). Dat we zelf dat woord nochthans nooit gebruiken. 'Oh neen?, vroeg een collega verbaasd. Wat zeggen jullie dan wel? 'Jij bent een schatje', blijkt na een paar dagen zelfobservatie. Waarop hij steevast zegt: 'Neen, ik ben Prinsje T!'

maandag 5 oktober 2009

Mercedes

Ik hoorde voor het eerst van haar in een brief uit Afrika. Het moet zo'n achttien jaar geleden geweest zijn. Een vriendin werkte in Zambia in het kader van een landbouwproject. Op een avond had iemand in dat internationale gezelschap van jonge, bevlogen landbouwdeskundigen een plaat van haar opgezet. Wat M. precies over haar schreef weet ik niet meer. Het beeld dat zich in mijn herinnering gevormd heeft, is hoe in die donkere Afrikaanse nacht een stem weerklonk die mijn vriendin compleet van de kaart bracht. Zozeer dat ze er mij een brief over schreef. Ik kon in M's royale handschrift met moeite de naam Mercedes Sosa ontcijferen. Ik ging meteen op zoek naar haar muziek.

Eén keer zag ik haar life. Ze concerteerde in een afgeladen Bozar, het publiek at uit haar hand. Ze zong zittend, en dat begreep je als je haar geweldige lichaam zag. Bij Todos cambia, stond ze recht, nam een sjaal en begon te dansen. Het leek me alsof het hele gebouw daverde bij elke stap die ze zette. Ze was niet eens zo groot, merk ik nu op de foto's. Maar ze was evengoed een reuzin.

Daar moest ik aan denken, gisteren, toen ik het nieuws van haar overlijden vernam. Aan die ongelofelijke stem uit Zuid-Amerika die me via een brief uit Afrika had bereikt.

zondag 27 september 2009

Zaterdag

We werden wakker door Prinsje T die aan het huilen was. Dat hij zijn schoenen kwijt was, jammerde hij. Dat hij nu niet met de trein naar Brussel kon. Hij zat rechtop in bed en had zijn ogen open, maar alles wees erop dat hij nog aan het dromen was. Het is Ottokar die elke weekdag 's ochtends met de trein naar Brussel gaat.

Ik gaf Prinsje T zijn schoenen en hij klemde ze tegen zich aan toen ik hem naar onze slaapkamer bracht. Hij bleef ontroostbaar.

Ottokar boog zich naar me toe en fluisterde in mijn zieke oor: 'Ik voel me al wat beter. Wat zou je ervan vinden als ik ons mannetje meeneem met de trein naar Brussel?' Ook Prinsje T boog zich naar mijn zieke oor, en merkte dat daar eigenlijk niets te beleven viel.

Zo gingen ze naar Brussel. Ottokar en Prinsje T. Met de trein.

Ze zagen een heel groot vliegtuig heel laag overvliegen. Ze zagen zwarte mensen op de trappen van het station heel luid roepen. Ze zagen aan de koninginnengalerij twee gauwdieven ingerekend worden. Prinsje T was een beetje bang op de Grote Markt, want daar in dat kasteel woonde de ridder. Ze gingen een pakje Chinese thee kopen voor mama en voor Prinsje T in Passa Porta een puzzel van kikker en muis. Ze gingen een pannenkoek eten aan de Markten.

Toen stapten ze opnieuw op de trein en daarna op de fiets, reden naar huis, en kropen allebei bij mij in bed.

vrijdag 25 september 2009

Slaaplied

Het was al diep in de nacht en ik luisterde naar Lullabies from the axis of evil. Wiegeliedjes uit Iran, Irak, Cuba en nog wat van die schurkenstaten. Gezongen door iemand van het land van herkomst, en geherinterpreteerd door een Westerse zangeres. Het laatste lied op de cd, Mazar, wordt gezongen door Fanzya en Razya Khan Ali, twee vrouwen uit Afghanistan. Het klinkt zo intriest.

Op een dag zal mijn jongen
groot worden en sterk
zoals de bloemen bloeien
in de eerste dagen van juni
de lente komt er gauw.

Op een dag zal mijn zoon
ons land beschermen
als een brullende leeuw
kleine jongen van mij
zal onze grenzen verdedigen

Ik dacht aan Prinsje T en hoe die zo graag een leeuw doet. Hoe moet het voelen om een kind te wiegen en te denken aan de soldaat die hij later zal zijn?

donderdag 24 september 2009

Avond

In de verte, boven de grote vijver, het gakkeren van de ganzen. Dat blijft toch zo'n mooi woord.